Ere-abt Piet Wagenaar viert 60-jarig priesterjubileum: bezield verdediger van de vernieuwing in de Kerk

Ere-abt Piet Wagenaar veertelde tijdens de viering van zijn 60 jaar priester het volgende:

"Normaal zegt de abt bij een jubileum iets over het leven van de jubilaris. Abt Erik zou dit ook wel willen doen, maar met alle eerbied en vriendschap voor hem, vertrouw ik dat vandaag niet zo goed... U moet weten dat abt Erik als novice in de abdij binnenkwam in 1983, terwijl ik in 1982 abt geworden was. Hij weet weinig van de periode die voor mij heel belangrijk en uitdagend is geweest, de tijd dat ik pastoor van Grimbergen mocht zijn. Niet dat ik in die tijd buitengewone dingen heb gedaan, maar ik wil er graag zelf iets over vertellen.

Van 1962 tot 1965 vond in Rome het Tweede Vaticaans Concilie plaats, samengeroepen door Paus Johannes XXIII, een concilie dat de vernieuwing van de Kerk wilde brengen.

Voor de mensen vandaag lijkt alles wat er toen uit de bus gekomen is vanzelfsprekend, en velen weten van dat concilie eigenlijk niet veel af. Voor mij werd het een grote uitdaging....

Toen Kardinaal Suenens terugkwam van Rome in 1965, wilde hij werk maken van de besluiten van dat concilie. Hij wilde toen o.a. dat de priesters van zijn grote bisdom beter zouden samenwerken en vooral overleggen. Hij wilde daarvoor kleinere dekenaten om  de vernieuwing gemakkelijker te maken.

In die dagen werd ik bij mijn voorganger prelaat De Winde geroepen.  Hij had bezoek van Mgr. Schoenmaeckers, hulpbisschop van kardinaal Suenens; Hij kwam voorstellen dat ik pastoor en deken van het nieuwe dekanaat van Grimbergen zou worden. Ik was aan de grond genageld. Daar had ik nooit aan durven te denken.

Prelaat De Winde stond er achter en liet te beslissing aan mij over. Ik mocht erover nadenken. Na een paar dagen heb ik ja gezegd, me ervan bewust dat ik voor een grote uitdaging stond.

Ik wist dat ik de besluiten van het concilie moest proberen waar te maken. Dat was ondermeer de verniewing van de liturgie. Nu moest het altaar worden omgedraaid en moest de priester met zijn gezicht naar het volk voorgaan. Een grote aanpassing voor de priester en voor het volk. Aan het altaar mochten voortaan de priesters samen eucharistie vieren.  Een niet te onderschatten vernieuwing! 

De volkstaal werd ingevoerd i.p.v. het Latijn. Eindelijk.  We moesten wel wachten tot de misboeken gedrukt waren, maar we konden moeilijk wachten. Iedereen mocht de Heilige Communie op zijn hand ontvangen, enz.  Wel moest elke vernieuwing aan het volk uitgelegd worden. Veel oudere priesters hadden het moeilijk en moesten geholpen worden.

Een belangrijk besluit was ook dat de leek voor het eerst in de kerkgeschiedenis serieus werd genomen.  Hij en zij kregen medeverantwoordelijk niet alleen in de kerk maar ook erbuiten. Dat was het begin van de parochieraden en de werkgroepen allerlei. Denk aan ziekenzorg, ontwikkelingwerk, vorming, bijbelgroepen enz. Boeiend en hoopvol.  Voor mensen en ook voor priesters die na 1960 geboren zijn, lijken deze dingen vanzelfsprekend. Er is ook teleurstelling bij mensen die op hun honger gebleven zijn. Jammer dat onze Kerk, maar ook de hele samenleving de gevolgen heeft ondervonden van de zogenaamde secularisatie en de cultuurcrisis.

Graag zou ik nog iets willen vertellen.  Een jaar na het concilie  nodigden wij onze hulpbisschop Mgr. Schoemaekers uit om te komen vertellen over dat concilie.  De verwachtingen over de vernieuwingen waren groot bij het kerkvolk. Voor een volle zaal van het Fenikshof vertelde de bisschop over zijn ervaringen.

Nadien mochten er vragen gesteld worden. Een trouwe kerkganger, ik kende hem zeer goed, vroeg: Monseigneur doet het u niets dat de heiligenbeelden in de kerk soms verdwijnen of naar  de achterkant van de kerk worden verplaatst?  De bisschop antwoordde: beste vriend, ik versta uw vraag. Ik heb grote verering en bewondering voor de heiligen. Ook de beelden in de kerk. Maar zij verhinderen het volle zicht op Christus. In de eucharistie is Christus hét middelpunt. Niets of niemand mag het zicht op Hem in de weg staan. Wie nu rondom Christus mogen samenkomen, dat zij wij. Als het ene Godsvolk, zonder aanzien van de persoon, worden wij uitgenodigd eucharistie te vieren rondom Hem. Dat was een antwoord dat mij diep geraakt heeft, daarom vertel ik het. Sindsdien is dat voor mij in mijn verdere priesterleven het favoriete onderwerp van mijn prediking geworden.

Dit is de reden waarom ik het vandaag, misschien voor de laatste keer, vertel. Dit is ook mijn wens voor u allemaal: dat we trouw blijven aan de eucharistie, het ene Godsvolk met Christus in ons midden."

 

"Grimbergen verliest een markant figuur, wint een hemels voorspreker."

We publiceren hier de woorden van prior Johan Goosens namens de ploeg van de parochie en de woorden van abt Erik De Sutter. Ook de toespraak van Adriaan Swinkels, familielid van pater Gereon leest u hier.

1. Abt Erik De Sutter

“Broeders en zusters, geliefde familie,

De beide lezingen die we voor de uitvaart van uw familielid, medebroeder en goede vriend van velen hebben gekozen, zeggen ons iets over het leven van Gereon.

Op jeugdige leeftijd koos hij ervoor om zich voor tebereiden om priester te worden, door zijn opleiding aan de Latijnse school in Gemert die verbonden was met de norbertijnen van Berne-Heeswijk in Nederland.

Samen met een paar tijdgenoten besloot hij om zijn levensideaal, priester worden, concreet te maken in de abdij van Grimbergen.

Na de opleiding in de abdij door medebroeders en gastprofessoren kreeg hij een studieopdracht aan het Sant Anselmo in Rome om liturgie te studeren. Niet alleen de studie, maar ook het verblijf in ons studie-generalaatshuis opende de wereld van Gereon en hij raakte betrokken bij de medebroeders van de Orde.

De jaren van Vaticanum II waren boeiende jaren in de Kerk.

Na zijn studie in Rome, werd Gereonbenoemd als godsdienstleerkracht in Anderlecht, Londerzeel en Brussel. Daar heeft hij als jonge priester-leraar, jonge mensen levenswaarde doorgegeven en de bijbelse verhalen op een boeiende manier doorgegeven. Vooral in de opleiding voor toekomstige leerkrachten in Brussel bereidde hij zijn studenten voor op een leven als boeiend en gedreven leerkracht, naar zijn voorbeeld. Het waren naar zijn zeggen de boeienste jaren van zijn leven : t lesgeven en reizen maken met deze jonge mensen.

In 1991 werd hem de taak gegeven om pastoor te worden van Grimbergen. Het dorp waar hij zo fier op was, daar mocht hij ‘herder’ zijn. Daar heeft hij het lief en leed gedeeld van mensen die hem werden toevertrouwd.

Vanuit de zorg voor de liturgie en het dalende aantal roepingen stichtte hij het Gregoriaans Abdijkoor van Grimbergen. Op laetare zondag dit jaar mocht hij in aanwezigheid van Kardinaal De Kesel het vijftigjarig bestaan van het koor vieren en op 5 mei jl. vereerde het Gregoriaans Festival van Watou ons  en hem met een optreden van zijn koor, maar ook met  internationaal bekende gregoriaanse koren. Een mooier huldebetoon kon er niet zijn.

Vanuit zijn voorliefde voor de Orde kon hij, toen hij een medebroeder verving in Oostenrijk contacten leggen met medebroeders achter het Ijzeren Gordijn. Hij kon hen voedings- en geneesmiddelen bezorgen die er niet vlot te verkrijgen waren. Maar ook als vertegenwoordiger van onze gemeenschap op Generale. Kapittels en ordesbijeenkomsten en –commisies werd Gereon een bekende medebroeder in onze huizen van de Orde. Hij mocht meermaals lesgeven over de Orde in de abdij van Orange in de U.S.A. en de jongste jaren voelde hij zich sterk verbonden met de jonge norbertijnse gemeenschap van Manathavady in Indië. Door vele mensen gesteund kon hij hen helpen om twee kerken te bouwen.

Gereon zette zich ook in voor de culturele en toeristische ontwikkeling van Grimbergen door rondleidingen in de abdijkerk, de abdijboekhandel en door betrokken te zijn bij vele culturele verenigingen in Grimbergen. Namen als Davidsfonds, Neos, Marnixring Zennedal , beiaardvrienden waren geen onbekende.

Gereon was een harde werker, dankzij zijn goede gezondheid kon hij veel aan. Daarom aanvaardde hij ook, na het overlijden van de stichter, het directeurschap van de Volkssterrenwacht Mira, alsook het directeurschap van Kerk in Nood Oostpriesterhulp. Hij raakte betrokken bij de Ridders van St. Jan waar hij kapelaan en vervolgens prelaat mocht worden.

In al die contacten en zijn inzet heeft hij de boodschap van het evangelie en het geloof in het eeuwig leven verkondigd en mensen uitgenodigd om daar ook in te geloven en er vanuit te leven.

Met de parabel van de zaaier zouden we kunnen zeggen dat Gereon overvloedig heeft gezaaid op de vele pastorale terreinen waar hij werkzaam en betrokken was.

Ook met jullie, dierbare familie, had hij een goede band. Met jullie heeft hij lief en leed gedeeld in jullie familie. Hij kwam graag bij jullie op familiebezoek en jullie bezoekjes aa hem stelde hij op prijs.

Uiteraard was Gereon ook een mens met grote en kleine kanten. Vaak was hij impulsief en onbezonnen, maar telkens stond hij in het leven met een gedrevenheid. Zo zullen we hem blijven gedenken.

In de laatste maand heeft hij, ondanks zijn goede gezondheid van vele jaren, de kwetsbaarheid ervaren. Voor  hem en ons was het een weg van dingen uit handen geven.

Gesterkt door het ziekensacrament en omgeven door de goede zorgen van verpleegkundig personeel in het ziekenhuis en in het W.C.Z HHart, waar ik mijn erkentelijkheid wil voor uitdrukken, is Gereon vanuit het geloof vanwaaruit hij heeft geleefd ontslapen.

Nu wij hier samen zijn rond hem als medebroeders, familie en vrienden willen, laten wij God danken voor dit priester- en norbertijnerleven. Moge hij opgenomen worden in de liefde van de Vader en delen in het eeuwige priesterschap van Christus Jezus, onze voorspreker bij de Vader. Amen

2.  Prior Johan Goossens

"Namens de parochieploeg, namens de kerkfabriek, namens de tientallen parochiale verenigingen, namens de zovele vrijwilligers van de Grimbergse Sint Servaasparochie wil ik me graag als huidig pastoor van Grimbergen richten tot Gereon…. 

Gereon, het is weinigen gegeven om enkel genoeg te hebben met een voornaam om te weten over wie het gaat… Je zou haast zeggen dat dat bijna enkel is weggelegd voor pausen of koningen…

Maar voor jou dus ook…

Mochten we over je spreken als pater van Boesschoten, zouden velen vragen: wie is dat? Nee… gewoon Gereon of pater Gereon of pastoor Gereon… een unieke naam die je met fierheid droeg en die je ook uniek maakte in de ogen van vele mensen.

Toen je in 1991 pastoor werd ondertekende je je preken steevast met Gereon, herder van Grimbergen.

Je wilde een herder zijn voor de schapen die onder je hoede kwamen. Dit herderschap vulde je op een eigen wijze in en je deed het vanuit een grote liefde voor deze gemeenschap… voor Grimbergen… want Grimbergen had jou hart al lang gestolen en met alles wat in je mogelijkheden lag wilde je dat Grimbergen, deze parel van Brabant, zou blinken.

Het pastoor kunnen zijn van deze gemeenschap gaf jou de mogelijkheden om je met nog meer toewijding als voorheen, in te zetten.

De ontelbare keren dat je hier op deze plaats, aan deze micro stond om de mensen toe te preken in de liturgie of tijdens de vele rondleidingen die je gaf, in deze kerk waar je verliefd op was en waar je een serieuze steen toe bijdroeg om deze kerk de titel van basiliek te doen krijgen.

Als pastoor in de liturgie… en als pastoor tussen de mensen. Heel veel mensen kwamen naar jou met hun zorgen, hun vragen of om hun vriendschap met je te delen… En de zorg van zeer velen ging je echt ter harte. Je leefde mee en liet je je hart spreken en bood geestelijke of materiele hulp waar kon.

Je had de bijzondere gewoonte dat wanneer iemand je zijn of haar zorgen toevertrouwde dat je dan op je kamer een grote kaars aanstak, naast het beeld van Norbertus. En die kaars brandde bijna dagelijks….

Vele jaren werkten we hier in de parochie samen… twee verschillende persoonlijkheden en een verschillende stijl maar beide in de overtuiging dat het een voorrecht is om in deze gemeenschap herder te mogen zijn… niet enkel omwille van deze unieke ruimte waarin we liturgie mogen vieren maar ook te midden van een warme gemeenschap die werd opgebouwd door onze voorgangers en waar we op mogen verder bouwen.

Namens alle mensen waarvoor je iets mocht betekenen… als herder, als priester, ja, als “Gereon” zeggen we dank u.

En zoals iemand het deze week in een email zo mooi verwoorde: Grimbergen verliest met Gereon een markant figuur, maar wint met hem een hemels voorspreker.

Mogen we dat als geloofsgemeenschap zo ook in de toekomst ervaren. Gereon, dank voor alles!"

3. Familielid Adriaan Swinkels

“Namens de familie van Boesschoten, mag ik als jongste aangetrouwd familielid, namens mijn schoonzussen en zwager iets vertellen over ‘onze Kees’ en uw pater Gereon.

Als 3e kind kwam hij in januari 1937 in Dongen ter wereld. Zijn beide zussen Tonny en Diet waren blij met zo’n klein manneke. Datzelfde jaar werd in december zus Luce geboren. Onbezorgd gingen de kinderen naar school, ook tijdens de oorlogsjaren. Na de oorlog eind jaren veertig en begin vijftiger jaren, kreeg Kees nog 3 zussen erbij. Gezien zijn rustige karakter kon hij goed aarden tussen zijn 6 zussen. In die jaren was hij misdienaar en speelde thuis al voor priesterke. Dus de weg naar het kleine seminarie in Breda en daarna de Latijnse school in Gemert was een logische stap. Zijn vervolgstap was de keuze tussen priesteropleiding in het bisdom of kiezen voor een abdijgemeenschap. Samen met enkele jonge studenten keek hij rond en besloot te kiezen voor de Norbertijnenabdij hier in Grimbergen.

Wij als familie van Kees hebben dat nooit erg gevonden. Voor ons was het bezoek aan Grimbergen een uitje. Vooral het logeren in de abdij had iets uniek. Daar kon ik in mijn familie vaak en veel over vertellen en daardoor werd Kees ook binnen mijn familie een graag geziene gast.

Doordat Kees les gaf aan scholen hier in de buurt, had hij het geluk om over zeeën van tijd te beschikken. In de grote vakantie ging hij tientallen jaren zijn collega pater Gregoor vervangen in het ydillische plaatsje Japons in Noord Oostenrijk, vlak bij de Tjechische grens. Uit die periode dateren ook de vriendschappen van Kees met de familie Spiegel.

Ook wij de familie van Kees profiteerden van zijn aanwezigheid in Japons, door regelmatig daar onze vakantie door te brengen. De pastorie aldaar bood altijd de gelegenheid tot overnachting. En Frau Anna, de dienstbode had weer eens wat jong volk over de vloer. Vanuit Japons waren uitstapjes naar Praag, Wenen of Budapest gemakkelijker te doen dan vanuit Nederland.

Ook in Grimbergen was het altijd een feest om te verblijven. Steevast stond een rondgang door de kerk, de sacristie en de tuin op het programma. Maar wandelen door Grimbergen met Kees was een hele opgaaf. Hij kende iedereen, en iedereen kende hem. Dus elke begroeting liep uit op een klein praatje. Daardoor leerden wij ook heel wat Grimbergenaren in de loop der tijd kennen.

Na zijn actieve periode, eerst als leraar, later als pastoor, kwamen de bezoeken aan Nederland steeds vaker voor. Via Luce in Beek, naar Someren, logeren bij Tonny, Carla of bij mij, dan door naar Helmond naar Diet. Zijn volkswagentje heeft wat kilometers gemaakt.

Vaste prik was zijn bezoek 2e Kerkstdag aan de Lambertuskerk te Someren. Na het overlijden van vader Van Boesschoten op 1e kerstdag in 1968, werd met Kees afgesproken om de sterfdag van vader jaarlijks te herdenken op 2e kerstdag. Vanaf 1969 ging Kees in Someren voor in de hoogmis om 10.00 uur, die werd opgeluisterd door mannenkoor “De Nachtegaal”. In de loop der jaren groeide dit gebeuren uit naar een traditie, waarbij de bevolking massaal naar de kerk kwam om te genieten van pater Van Boesschoten, waarvan velen dachten dat hij een echte Vlaming was. Zijn gemoedelijke manier van praten en preken sprak de Somerense geloofsgemeenschap aan en werd hij ook in Someren een bekende Belg. Als tegenprestatie heeft het mannenkoor diverse malen de eucharistievieringen hier in Grimbergen mogen opluisteren in de mis van half twaalf en gaf zij spontane serenades in de tuin van het Fenikshof.

Vorig jaar was het de 48e keer dat Kees voorging in de viering in Someren. Vanwege ziekte moest hij voor de eerste keer in 2016 verstek laten gaan. De Somerense geloofsgemeenschap en het Mannenkoor “De Nachtegaal” verliezen  in Gereon een geliefde pater en trouwe supporter.

Namens de familie, wil ik dank zeggen aan alle bewoners van de abdij, voor de wijze waarop Kees vanaf 1956, bijna 62 jaar lang, deel mocht uitmaken van deze kloostergemeenschap, de mogelijkheden die hij kreeg om zich te ontwikkelen en de vele reizen die hij mocht maken naar o.a India, om zijn levenswerk te aanschouwen. Ook dank ik namens de familie de bewoners van de abdij voor de vele malen dat wij gast mochten zijn in de abdij en voor de warme belangstelling voor tijdens en na het overlijden van Kees.

Dank ook aan de inwoners van Grimbergen die onze Kees, uw pater Gereon, meer dan een halve eeuw lang opving, gezelligheid en vriendschap bood. Kees voelde zich thuis in Grimbergen. Hier mag hij nu voor eeuwig rusten.

Op een rouwkaart die ik ontving stond deze mooie tekst die ik u niet wil onthouden:

De tijd gaat voort. Alleen in gedachten kun je terug.

En alle mooie herinneringen zijn er voor altijd.

Het gaat u allen heel goed en….tot ziens!”

Hieronder vindt u de beelden van de uitvaartplechtigheid van 14 juli 2018.

 

UITVAARTPLECHTIGHEIDGEREON-195.jpg

Vandaag namen wij afscheid van onze confrater Gereon van Boesschoten.

Naar aanleiding van de uitvaartplechtigheid vandaag publiceren we alvast de woorden van Edward Cloet, de voorzitter van het Gregoriaans abdijkoor.

Onderaan kan u luisteren naar een korte audiomontage uit verschillende gesprekken met pater Gereon. In dit fragment heeft hij het over zijn liefde voor Gregoriaanse gezangen.

In Paradisum

Gereon: een man van vele levens, over hem vertellen wordt een verhaal met talrijke afleveringen… Iedereen die hem van ver of dichtbij heeft gekend – hun aantal is nauwelijks te tellen – weet meteen wel anekdotes op te halen die hem treffend typeren als gedreven prediker en minzame vriend, onverschrokken koerier voor priesters achter het ijzeren gordijn en ingetogen gelovige, bevlogen leraar en leergierige leerling, levensgenieter en bescheiden tollenaar, ik kan zo nog lang doorgaan.

Ik wil hem echter apart bij de hand nemen om wat hij voor ons, het gregoriaans abdijkoor, heeft betekend. Het klinkt misschien wat hebberig om zijn indrukwekkend levenspalmares opzij te willen schuiven, maar zijn verdienste als stichter en bezieler van het abdijkoor is dermate groot dat er amper geschikte woorden voor zijn. Het tijdstip van de oprichting van het abdijkoor is genoegzaam bekend: op ‘Laetarezondag 68’, 50 jaar geleden, zijn enkele enthousiaste dertigers met mooie herinneringen aan hun collegetijd de eerste maal op vraag van Gereon met het uitgedunde paterskoor het Norbertijnse gregoriaans komen meezingen. De rest is een even boeiende als intens beleefde geschiedenis, met Gereon als voortrekker en bezielende leermeester. Streng maar rechtvaardig, zoals dat heet. Veeleisend en soms boos, wanneer zijn pupillen moeilijke gezangen maar niet onder de knie kregen. Maar als een rasechte schoolmeester heeft hij ons 50 jaar lang vertrouwd gemaakt met het rijke Norbertijnse repertorium, voorwaar geen gemakkelijke klus, temeer daar de gezangen verraderlijke Norbertijnse hersenkronkels vertonen…

Wij hebben hem ook mogen ervaren als  een aangename en opgewekte reisgezel op onze talrijke tochten, waar hij ons telkens opnieuw wist te verrassen met zijn historische kennis en even boeiende als plezante verhalen. Voor ons was hij als een liefdevolle broer, die met genoegen bijschoof aan de dis en op het einde van de dag een lekker glas wijn of een verfrissende pint meedronk … 

Nu is hij ons onverwacht ontvallen. Wie had kunnen vermoeden dat de grandioze viering van vijftig jaar gregoriaans abdijkoor zijn laatste grote wapenfeit zou worden ? De laatste tijd speelde zijn gezondheid hem geregeld parten. Pas hadden wij vernomen dat zijn toestand snel verslechterde en keken wij vol ongeloof stil naar elkaar, bang om elke vraag, maar met het rotsvaste geloof dat hij op een dag, haast onmerkbaar zoals wij al zo vaak hadden meegemaakt, zachtjes de sacristiedeur zou openduwen, want hij hoorde nu eenmaal bij ons…

Wij bleven wachten op jou, Gereon, maar nu hoeft het niet meer. Wanneer de nieuwe morgen komt, ben je ver weg.  Maar ooit kom je terug, ik weet het zeker, als de warme zon die je altijd was en dan zingen wij weer samen. Zolang blijven wij verweesd achter, nauwelijks begrijpend wat ons overkomt. Eén ding staat vast: het wordt nooit meer als voorheen, maar je zal ons blijven inspireren, zoveel is zeker.

Zijn levenseinde heeft hij vol overgave aanvaard, ook al had hij nog zoveel plannen. Waardig en stil is hij heengegaan. Zoveel kracht, zoveel berusting, zoveel grootsheid… maar zo hulpeloos alleen en misschien bang voor de grote reis… Overkwam het ook niet Jezus aan het kruis, toen die riep, tot wanhoop gedreven : ‘Eli, Eli, lema sabachtani’…  ?

A Dieu, Gereon, je hebt ons in snelheid genomen. We zullen je missen, maar je plaats in ons midden houden we warm.

 

_IGP0454-bewerkt-3.jpg

PATER TON 50 JAAR PRIESTER. WAT EEN FIJNE VIERING!

30 juni 2018. Precies 50 jaar eerder werd Ton Smits priester gewijd. Dat hebben we gevierd met een hartverwarmende eucharistie en een zonovergoten receptie in de tuin van de abdij.

In zijn homilie sprak Abt Erik De Sutter zijn waardering uit voor de grote bescheidenheid van pater Ton: "In stilte heeft hij zich een priesterleven lang zeer dienstbaar gemaakt: in de Technische School van Vilvoorde, in zijn pastorale taken bij de scouts van Nieuwenrode, de chiro van Kassei en Koningslo. Pater Ton engageerde zich ook in de parochiegemeenschappen van Beigem, Molenveld, Kassei, Strombeek-Bever, de jongste jaren in de pastorale zone Grimbergen."

"Ton begeleidt gebedsdiensten, beheert bibliotheek en archief en is nauw en met enthousiasme betrokken bij de volkssterrenwacht Mira."

Geniet van onderstaande fotoreportage van een fijne dag.

 

HET BEGON MET EEN ZONDERLING HEERSCHAP. ZIJN NAAM: NORBERTUS.

De heilige Norbertus werd rond het jaar 1080 geboren als telg uit de machtige Rijnlandse geslacht van de Heren van Gennep. Graaf Heribert, zijn vader, was familie van de keizerlijke familie van het Heilig Roomse Rijk in Duitsland. Aan moeders zijde waren ze verwant met de koninklijke familie van Lotharingen in Frankrijk.

Al snel bleek hij een knappe, populaire en zeer intelligente jongen te zijn. Zijn vele jeugdige vrienden hadden echter nooit kunnen vermoeden dat hun vrolijke en ondeugende metgezel ooit  een groot heilige zou worden!

Na een goed gevuld, waardevol leven, op een woensdag in het octaaf van Pinksteren (de Feest van de uitstorting van de H. Geest), ontsliep Norbertus in Heer, op 6 juni 1134. En dat herdenken de Norbertijnen elk jaar, op 6 juni, met een viering. Zo ook op 6 juni 2018. Hieronder ziet u hoe.