Het koororgel



Een Zuid-Nederlands orgeltype van de laat 17de-eeuwse stijl

Welke innerlijke drang beweegt de mens om vanuit hout, leder, lijm en metaal een ongrijpbare, vluchtige, subtiele klankenwereld te creëren?

Vanuit visie vakmanschap en innerlijk voorstellingsvermogen, gebaseerd op degelijk inzicht in de materialen en de werking van de verschillende geledingen is een concept uitgewerkt dat geleid heeft tot een optimale realisatie.

Het komen tot een synthese tussen het kunstambacht, de kunst en het gedegen functioneren van het orgel als muziekinstrument vereist grote kennis en veel ervaring. Een mooi klinkend instrument is het ook aan zichzelf verplicht visueel goed te ogen.     

Het nieuw koororgel heeft meer dan voldoende kwaliteiten om solistisch een groot repertoire van de orgel- en klavierliteratuur met veel muzikaliteit, verfijnde kleurenrijkdom en groot stijlbesef te verklanken, zowel tijdens de liturgische plechtigheden als tijdens orgelconcerten.

Het biedt de mogelijkheid om samen te spelen met orkesten die oude muziek uitvoeren uit het repertoire van de renaissance, de barok en het classicisme. Hierbij kan gedacht worden aan uitvoeringen van cantates, passies, orgelconcerti, basso-continuobegeleiding van koor-, orkest-, ensemble en solomuziek, enz

Het klankconcept verschilt fundamenteel van het groot orgel. Aldus worden in de toekomst te Grimbergen grote keuzemogelijkheden aangeboden om een zeer ruim deel van de orgelliteratuur in diverse muziekstijlen op een zo adequaat mogelijke wijze te laten klinken. Het verschil in toonhoogte tussen de beide orgels is een kenmerk dat in deze context een belangrijke rol speelt. 

De differentiatie die ontstaat door de typische kenmerken van elk orgel zal ook verruimend werken bij meestercursussen, orgelevenementen, orgelonderwijs e.d.m.

Uitgaand van een zes voetsfront werd een compacte bouwwijze beoogd.

De manuaalomvang gaat van C, D tot d'''. 

Het mensurenbeeld is afgeleid van de Vlaamse stijl uit de tweede helft van de 17de eeuw en verleent de klank van de diverse registers delicate en kleurrijke eigenschappen.

Het klankkarakter is transparant, sierlijk en kernachtig, penetrant zonder opdringerig te worden.

Het orgel heeft 10 zelfstandige registers met als basis een volwaardige prestant 8, die dubbelkorig is in de diskant. 

Dit klankbeeld is bewust gekozen en is het gevolg van een diepgaande studie van de Vlaamse orgelbouw rond 1680. Tot voldoening van velen sluit dit instrument ook goed aan bij het meubilair en de architectuur van de Sint-Servaasbasiliek.

(Tekst: Kamiel D’Hooghe)

 

> terug naar Abdijkerk


pagelogo.png