Priesterwijding  7 augustus 2011

Interview met Koen Meys


Priesterwijding van Koen Meys (overgenomen uit Kerk&Leven - begin augustus 2011)

Op zondag 7 augustus komt de bisschop van Brugge, monseigneur De Kesel, naar Grimbergen om er Koen Meys tot priester te wijden. Dat is minder dan ooit een alledaagse gebeurtenis, en Koen kiest daardoor voor een ongebruikelijk levenspad. Hij heeft weliswaar bij zijn professie, bijna twee jaar geleden, al toegezegd zich blijvend aan onze abdij te verbinden. Zijn opleiding theologie loopt ten einde, hij heeft net zijn laatste examen afgelegd (kerkelijk recht) en hij is overtuigd er “in eerste zit” te zullen door zijn. Dus is er tijd voor een gesprek.

Hoe hard studeert een Norbertijn in opleiding?

De Vlaamse Norbertijnenabdijen organiseren hun opleiding samen, de lessen vinden plaats in Averbode of in Postel, tijdens de eerste drie dagen van de week. Wanneer je de rest van de week thuis bent moet je natuurlijk nog de cursussen bijhouden, en we maken ook in elk studiejaar een werk, een “paper”. We hebben ieder jaar een tiental vakken, sommige zijn semestervakken, andere lopen heel het jaar door. Met “exegese van het Nieuw Testament” zijn we tijdens alle vier theologiejaren bezig geweest; tijdens het voorbije jaar ging het over alle teksten in het nieuw testament die verwijzen naar het boek Genesis, dat is het eerste boek uit het oude testament. Maar ook over het Oude Testament als zodanig hebben we elk jaar cursus gekregen.

Er zitten wel heel weinig “studenten” in je “klas”.

We zijn dit jaar met drie afgestudeerd. We hebben dus bijzonder veel contact met onze docenten.

Mag je het onderwerp van je jaarwerken zelf kiezen?

Ja, maar het moet passen in het kader van een vak, en de begeleidende docent moet het natuurlijk ook gepast vinden. Mijn laatste jaarwerk ging over de initiatiesacramenten: doopsel, vormsel en eucharistie. Ik heb dan telkens de geschiedenis besproken van het sacrament in kwestie, de theologische visies die erover bestaan, en de huidige praktijk hier in Grimbergen. Daar volgen voor mij inzichten uit die ik kan gebruiken in de pastoraal.

Nu we het over sacramenten hebben: het priesterschap is een sacrament, maar de meeste protestantse kerken kennen het niet.

Het priesterschap is een sacrament van de wijding, zoals je door wijding ook diaken en bisschop kan worden. In de handelingen der apostelen wordt die symbolische handeling al beschreven: men legt de wijdeling de handen op en spreekt een gebed uit. Maar ook in het oude testament bestonden al gewijde ambten, Levieten en priesters.

Tijdens je studietijd was je ook al pastoraal actief hier in Grimbergen.

Norbertijnen krijgen al tijdens hun opleiding pastorale taken, vanuit de abdij waarmee ze verbonden zijn, en waar zich ook een groot deel van hun gemeenschapsleven afspeelt. Zo heb ik me in de eerste jaren bezig gehouden met Jokri, de vormselvoorbereiding via de “lange weg”. Tijdens het voorbije jaar was het de bedoeling dat ik zou proberen de catechese voor de plechtige geloofsbelijdenis, die in de zes parochies van de federatie niet helemaal gelijkaardig verloopt, meer op één lijn te plaatsen. Maar doordat de laatste twee catechisten op Borgt-Brug-Molenveld ermee gestopt zijn, heb ik daar zelf de catechese gegeven, in samenspraak met de ouders van de communicanten. Daarnaast heb ik ook vormselcatechese gegeven, samen met Roos en Claudine.

Je hebt de bijbel wetenschappelijk bestudeerd, maar de schrift is toch meer dan een oefenterrein voor de theologische wetenschap.

Door de schrift spreekt God tot ons, en om het gesprek aan te knopen moet je er tijd en aandacht aan schenken. In gemeenschappelijke vieringen en gebedstijden lukt dat vrij gemakkelijk, maar het persoonlijk gebed moet je in je eigen dagritme inbouwen. Je moet het juiste moment zoeken om met je activiteiten stoppen, en weerstaan aan de verleiding om met andere dingen voort te doen. Zeker in deze tijd, nu weinig priesters veel taken krijgen toebedeeld, komt de geestelijke dimensie in gevaar. “Norbertijn blijven is belangrijker dan een goede pastoor te worden”, zie een van onze docenten daarover.

Je opleiding duurde zeven jaar, je hebt heel die tijd in heel gelovige, in kerkelijke kringen geleefd. De brede samenleving is absoluut niet gelovig.

Maar ik ben met een heel divers publiek in contact gekomen, zelfs in de abdij. Mij schrikt het niet af om in gesprek te gaan met andersdenkenden. Ik weet trouwens dat de meeste mensen zoeken naar zin en geloof. Wij moeten er zijn, ook voor die mensen.

Hoe kijken mensen tegen je aan, als ze vernemen dat je weldra priester wordt?

Dat is nogal divers. Ze vinden mijn keuze niet evident, maar ze hebben er meestal respect voor. Sommigen zijn verbaasd, anderen plaatsen een priester nog altijd op een verhoog. Voor kinderen en jongeren in de catechese ben ik gewoon een van de begeleiders, en van hen krijg ik veel en eerlijke vragen: over praktische dingen – hoe leven ze daar, in een klooster – maar ook geloofsvragen.

Een priester bedient sacramenten, verkondigt het Woord Gods, en is dienstbaar. Wat trekt je het meest aan?

De liturgie verzorgen en de sacramenten toedienen, dat zijn geen levensvreemde activiteiten, als priester ben je daardoor dicht bij de mensen. Sacramenten wijzen ons precies op Gods nabijheid bij belangrijke levensmomenten.

Norbertijnen zijn in zekere opzichten vrijer dan priesters van het bisdom.

Wij zijn exempt, niet de bisschop maar onze abt bepaalt of wij gewijd worden, en hij kan confraters geheel of deeltijds ter beschikking van de bisschop stellen. Wij mogen ook een bisschop van onze keuze vragen om ons te wijden. In mijn geval zal dat monseigneur De Kesel zijn, ik heb hem gekend als hulpbisschop van Brussel en ik bewonder hem enorm.

Wie verwacht je nog op je wijding?

Mijn moeder natuurlijk. Ze is parochie-assistent in Vilvoorde, en ook met catechese bezig, we hebben daarover al van gedachten gewisseld. En ook de rest van de familie, de confraters uit de abdij, en al wie ik in Grimbergen heb leren kennen. Ik heb ook nog steeds contact met klasgenoten uit het secundair, via Facebook. Sommigen daarvan zeggen nu dat ze bij mij altijd een religieuze roeping hadden verwacht.

Gedaan met pendelen naar Averbode of Postel, je woont nu definitief in Grimbergen. Hoe voelt dat?

Ik ben hier gelukkig!

 

- Hubert Swaelens -

 

< terug naar gemeenschap